Pas op de PAS uitspraak

Achtergrond en gevolgen voor lopende projecten

Heeft u zich ook afgevraagd waarom er nu een streep door het Tracébesluit A27 is gezet en hoe de herontwikkeling van vliegveld Twente of het bedrijvenpark in Delfzijl niet door kunnen gaan? Heel in het kort speelt het volgende: de Raad van State heeft in een uitspraak van 29 mei 2019 bepaald dat in alle gevallen, waarin een project als gevolg waarvan stikstofuitstoot plaatsvindt effecten kàn hebben op een Natura 2000-gebied, door middel van sluitend wetenschappelijk onderzoek bewezen moet worden dat ofwel geen stikstof uitstoot plaatsvindt, of dit geen enkel negatief gevolg heeft voor het betreffende gebied. Wordt dat niet aangetoond, dan kan een project niet worden uitgevoerd.

Deze uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor weg- en woningbouwprojecten, maar kan ook voor de aanleg van (andere) projecten gevolgen hebben, tenzij daarbij geen stikstof vrijkomt. Dat geldt ook indien al bestemmingsplannen onherroepelijk zijn en er alleen nog maar een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden aangevraagd. In het navolgende vindt u een korte uitleg van de uitspraak, de gevolgen en een eerste aanzet voor een plan van aanpak.

 

Korte samenvatting PAS uitspraak:

Op 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1764 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad State, hierna; “ de Afdeling” een zeer belangrijke uitspraak gedaan in verschillende beroepsprocedures over de Programmatische Aanpak Stikstof, hierna: “PAS”. Met de PAS wordt een pakket van maatregelen vastgesteld voor het beperken van stikstof op een aantal op grond van Europese regelgeving aangewezen natuurgebieden. Dat zijn Natura 2000- gebieden. Het gaat dan om maatregelen die dienen tot herstel en behoud van de Natura 2000-gebieden én het creëren van ruimte voor economische activiteiten. In de PAS heeft de regering een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden als deze maatregelen worden uitgevoerd en economische activiteiten worden toegestaan (een passende beoordeling). In deze passende beoordeling zijn maatregelen meegenomen die nog niet waren uitgevoerd of nog geen bewezen effecten hadden. Daardoor is het positieve effect van deze maatregelen op de Natura 2000-gebieden overschat. Daarnaast zijn ook maatregelen meegenomen die eigenlijk moeten zorgen dat gebieden met een te zware stikstofdepositie eerst weer in een goede staat komen te verkeren voordat er meer uitstoot is toegestaan.

 

De Afdeling heeft aan het Europees Hof gevraagd of de PAS in overeenstemming is met de Europese Habitatrichtlijn. Bij arrest van 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882, heeft het Europese Hof geoordeeld dat dit om meerdere redenen niet het geval is. Dit heeft tot gevolg dat voor nieuwe plannen of lopende (bestemmingsplan)procedures geen gebruik meer van de PAS mag worden gemaakt. De PAS kende bijvoorbeeld ook de drempelwaarden voor stikstofuitstoot waaronder geen melding of vergunning voor een project hoeft te worden gevraagd. Ook deze zijn vervallen. Dat geldt ook voor de afstanden waarna wordt aangenomen dat een economische activiteit geen gevolgen meer heeft voor een Natura 2000-gebied.

 

De uitspraak heeft tot gevolg dat per afzonderlijk project moet worden beoordeeld of en welke gevolgen de stikstofuitstoot van een project op een specifiek Natura 2000-gebied heeft. Dit oordeel zal vergaand wetenschappelijk moeten worden onderbouwd. Bovendien geldt een vergunningplicht op grond van de Wet Natuurbescherming voor alle activiteiten waardoor in een Natura 2000-gebied stikstof neer komt van een activiteit, ongeacht of deze bijdrage significant verslechterende effecten heeft. De hoofdregel houdt, zeer kort samengevat, vanaf nu in dat er in het geheel geen stikstofuitstoot op een kwetsbaar gebied mag plaatsvinden. Als dat toch gebeurt en er significante gevolgen te verwachten zijn, moeten voorafgaand aan het voorgenomen project allerlei wetenschappelijk bewezen maatregelen worden getroffen voordat dit project mag worden uitgevoerd. Ook moet er in dat geval een passende beoordeling en een m.e.r. worden opgesteld en een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet worden aangevraagd.

 

Gevolgen voor toestemmingen gebaseerd op de PAS

–           De Afdeling is van mening dat er van uit moet worden gegaan dat er geen grens- en drempelwaarde en afstanden hebben gegolden. Alle toestemmingen (voor onder meer bestemmingsplannen) die zijn verleend met de uitzondering op de vergunningplicht van de Wet natuurbescherming voor activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken voor Natura 2000-gebieden zijn alsnog vergunningplichtig. Dat geldt ook voor activiteiten waarvoor de meldingsplicht gold.

 

–           Natuurbeschermingswetvergunningen die met toepassing van de PAS zijn verleend en onherroepelijk zijn behouden volgens de uitspraak van de Afdeling het rechtsgevolg dat zij hebben. Een initiatiefnemer die voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt een Natuurbeschermingswetvergunning heeft die met toepassing van het PAS-beoordelingskader is verleend en die in rechte onaantastbaar is, heeft na deze uitspraak dus nog steeds een vergunning voor die activiteit. Er gaan echter ook stemmen op die in sommige gevallen van aanzienlijke uitstoot en schade in een Natura 2000-gebied pleiten voor het intrekken van vergunningen.

 

–           Een vergunning voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied kan na deze uitspraak niet meer worden verleend met verwijzing naar de passende beoordeling die voor de PAS is gemaakt.

 

–           Bij de Afdeling bestuursrechtspraak en bij de rechtbanken zijn ook nog andere zaken over de PAS aanhangig. Bij de Afdeling bestuursrechtspraak zijn dat er op dit moment zo’n 180, die in de komende maanden zullen worden behandeld.

Hoe nu verder met de lopende procedures en activiteiten?
De uitspraak heeft directe gevolgen voor alle lopende bestemmingsplanprocedures of omgevingsvergunningen voor het verlenen van een afwijking van bestemmingsplan ten behoeve van het realiseren van woningbouw, maar mogelijk ook voor projecten die in de aanlegfase voor stikstofuitstoot kunnen zorgen. Wellicht zelfs bij omgevingsvergunningen die passen binnen het bestemmingsplan. Denkbaar is dat aan een aanvrager van een omgevingsvergunning bouwen nu zal worden verzocht om aan te tonen dat geen sprake is van significant verstorende effecten op een Natura 2000-gebied dat van de activiteit gevolgen kan ondervinden.

Maar, er zijn ook mogelijkheden om stikstofuitstoot substantieel te verlagen of naar nul te brengen (denk aan elektrische machines of gasloos bouwen). Ook zijn er Natura 2000-gebieden die niet gevoelig zijn voor stikstof of nog niet een “overdosis” stikstof (de kritische depositiewaarde) ontvangen. In de projecten waarin de stikstof uitstoot niet te  beperken is, moet per Natura 2000-gebied worden beoordeeld of als gevolg van het project (zowel in de aanleg- als exploitatiefase) stikstofuitstoot op die Natura 2000-gebieden toeneemt.

Op dit moment is een groot aantal partijen aan het nadenken over oplossingsrichtingen, waaronder het opstellen van een nieuwe PAS die wel aan de eisen van de Habitatrichtlijn voldoet, of bijvoorbeeld een provinciale salderingsbank. De verwachting is dat met deze oplossingsrichtingen veel tijd is gemoeid. Wij denken graag met u mee over mogelijke oplossingsrichtingen.

Deel deze pagina